Duideleuk zet een punt achter haar verhaal

Duideleuk zet een punt achter haar verhaal

Hoe het allemaal begon

1 mei. De dag waarop mijn oma ons verliet. De datum waarop ik een jaar later tijdens een hockeymatch scoorde ter ere van haar. En niet toevallig het moment waarop ik in 2015 mijn eigen bedrijf ‘Duideleuk’ startte. Althans, volgens de Kruispuntbank van Ondernemingen. Want zoiets doe je namelijk niet van de ene op de andere dag.

Een paar jaar geleden werkte mijn lichaam niet meer mee zoals ik het wilde. Het gaf mij heftige signalen die ik niet begreep. Maar ik was niet de enige. Verschillende specialisten zaten met hun handen in het haar. Tot ik bij een neurologe – ik noem haar ook wel mijn heldin – terechtkwam. Zonder twijfel stelde zij een diagnose en volgt me tot op de dag van vandaag nog steeds op. Vestibulaire migraine was datgene wat me in de weg zat om normaal te functioneren. Mijn evenwichtsorgaan pestte mij dagelijks en zorgde ervoor dat ik niet kon werken, sporten, autorijden,… Om nog maar te zwijgen van de wekelijkse migraineaanvallen.

IMG_5487

Na de diagnose begon ook de zoektocht naar het juiste medicijn dat mijn leven terug in de juiste richting stuurde. Maar ondertussen tikte de tijd verder en was ik het beu om stil te zitten/te wachten. Mijn frustraties schreef ik van me af en tot mijn verbazing kreeg ik daarop enthousiaste reacties uit mijn omgeving. Om hun objectiviteit te testen, stuurde ik het naar Flair en Charlie Magazine en ook hun antwoord was positief. Ik besloot van mijn hobby mijn werk te maken en mij te verdiepen in copywriting. Mijn eigen bedrijf was geboren. Ik bepaalde mijn eigen werkuren, leerde een breed spectrum aan interessante bedrijven kennen, mocht zelfs schrijven voor bekende namen en bouwde relaties op voor het leven.

Blogpost Duideleuk

The best of both worlds

Na enkele jaren als zelfstandige begon het te knagen. Mijn medicatie sloeg aan en ik was tot veel meer in staat dan een paar jaar voordien. Het sociale beest in mij snakte terug naar collega’s. Bovendien verliep het leven als freelancer niet altijd over rozen. Het kostte me talrijke keren bloed, zweet en tranen. Doorzettingsvermogen en stressbestendigheid kwamen goed van pas. Maar of ik dit voor altijd wilde doen?

IMG_8965

Daarom kwam ik op het idee om het beste van twee werelden te combineren; zelfstandig zijn én in loondienst werken. De keuze was snel gemaakt. Mijn perfectionistische trekjes en mijn constante drang om te plannen vonden functies als management assistant of backoffice altijd al aanlokkelijk. Ik sprong opnieuw in het diepe en kwam als parttimer bij PKF-VMB in Antwerpen terecht. Een kantoor met financiële experten op gebieden als accounting, audit en tax. Een plek die de vakken uit mijn studieverleden als TEW’er terug tot leven brachten.

Zo liet ik mijn creativiteit de vrije loop terwijl de organisatorische freak in mezelf ook aan haar trekken kwam. Ik kon schrijven in alle rust, maar tegelijkertijd deel uitmaken van een levendig team. Mijn eigen koers bepalen, maar ook werken voor verschillende bazen waar ik nog veel van kon leren. Ik volgde niet langer één pad, maar twee sporen parallel.

Geen ondernemer meer, maar voor altijd ondernemend

Je bent jong en je smijt je volledig op je werk. Je hebt een vader die een mooie loopbaan heeft gehad en je grote voorbeeld is waar je naar opkijkt. Je hebt aan den lijve ondervonden dat je succes kan bereiken door er hard voor te willen werken. En dat had ik er allemaal voor over. Tot er iets gebeurt, waardoor je het leven opeens door een heel andere bril gaat bekijken. Je carrière wordt minder belangrijk en quality time met geliefden des te meer. Je beseft maar al te goed dat je er nu van moet genieten, voordat het te laat is. En je verschuift daardoor je prioriteiten.

IMG_0252

Daarom sluit ik met Duideleuk een hoofdstuk af. Met pijn in mijn hart, dat wel. Want het blijft voor altijd mijn kindje. Maar ik weet dat dit de juiste beslissing is. Door met veel plezier mijn focus op PKF-VMB te richten, krijg ik terug ademruimte. Nu wordt mijn tijd niet meer volledig opgeslorpt door werken, maar kan ik genieten van dingen die ik ook belangrijk vind. En wie weet, krijgt Duideleuk in de toekomst nog een vervolg. Maar voor nu leg ik mijn pen neer. Ondernemer ben ik niet meer, maar ambitieus voor altijd. Binnenkort is het weer 1 mei. Niet slechter, niet beter. Maar anders.

Ik kom terug. Beloofd.

Ik kom terug. Beloofd.

Hoi! Ja, weet je nog wie ik ben? Je weet wel, die persoon met haar eigenwijze blog. Ja, die ja!  Nee? Valt er nog geen euro? Goh, ik kan het jullie niet kwalijk nemen… Mijn blog lijkt wel een winterslaap te doen. Alleen mijn blog dan, want ikzelf gebruik precies een XXL-batterij per dag! Want het is druk, en niet zo een klein beetje.

front.jpg

Ik had namelijk ook nog een eigen bedrijf, weet je dat nog? Juist ja, ‘Duideleuk’. Anderhalf jaar geleden ben ik gestart als freelance copywriter. Ik schrijf dagelijks teksten over boeiende onderwerpen voor nog boeiendere klanten. In het begin leek ik op een vliegtuig te zitten, maar de laatste tijd begint het toch meer te neigen naar een straaljager. En als je me een beetje kent, weet je wat voor een heldin – ahum – ik ben op een vliegtuig. En eigenlijk is het hebben van een eigen bedrijf soms even eng. De opdrachten vliegen me om de oren en ik typ me de laatste dagen een idioot. Begrijp me niet verkeerd, dat is héél positief nieuws en allemaal ook erg leuk! Maar hoe drukker het wordt, hoe blijer je bent als je tijdens je ontspanning even niet hoeft te tikken op een toetsenbord of moet kijken naar een lichtgevend scherm. Dan wil je stiekem soms even iets anders, zélfs als schrijven je passie is.

En daar wringt die schoen – sneaker, ik draag momenteel sneakers – een beetje. Want voor een blogpost moet je – juist ja – typen! Maar dat lukt natuurlijk niet als je lichaam schreeuwt om wat rustmomentjes. Gewoon even niets. Ik had gehoopt dat het me in mijn kerstvakantie wel zou lukken, om een blogpost te schrijven. Maar ook dat liep anders dan gepland. De vakantie waar ik naar aftelde, moest ik inkorten vanwege teveel deadlines. Nogmaals, opnieuw positief nieuws! Je wil tenslotte dat je bedrijf groeit en succesvol wordt en dat doet het ook! Maar dat betekende ook dat er minder quality time overbleef, om door te brengen met de mensen die mijn gezicht ook vaker achter een scherm zien dan ervoor. En die wilde ik tijdens mijn paar dagen vakantie toch écht even 100% mijn aandacht geven.

Nee, je hoeft nog niet in een zakje te gaan blazen. Of het noodnummer te bellen. Want ik ga nu écht niet aankondigen dat dat betekent dat deze blog stopt! Deze blog krijgt zeker nog vervolgverhalen, hele leuke zelfs! Alleen kan ik nog niet beloven wanneer. En dat wilde ik jullie graag vertellen. Of beter gezegd: vragen.

Willen jullie nog eventjes op me wachten? Hebben jullie nog eventjes geduld? Tot ‘Duideleuk’ haar ritme wat meer heeft gevonden en ik eindelijk weet hoe je je werk en privé moet balanceren als zelfstandige?

Ik hoop het zo… Laat je ’t me weten?

Tot schrijfs,

-x- Charlotte

Als de tijd vliegt vlieg mee, Loesje.jpg

 

 

Mag ik u kussen?

Mag ik u kussen?

Als Nederbelg maak ik dagelijks dingen mee waar ik me na 26 jaar nog steeds over kan verbazen. Wat een Nederbelg juist is? Volgens het Van Dale woordenboek “een Nederlander die in België woont, bv. om de Nederlandse vermogensbelasting te ontwijken”. Zo, die hebben we ook weer binnen. Niet alle Nederbelgen zijn hetzelfde, ze zijn er in alle soorten en maten. Zoals de ik-blijf-lekker-mezelf-Nederbelg en de ik-pas-me-graag-aan-Nederbelg. Ik val onder de laatste categorie, maar dat aanpassen kent zijn grenzen en zorgt nog regelmatig voor grappige voorvallen.

886dfd1db408b566e9acd96a7e180c8f.jpg

Mijn vriend en ik zitten samen in de auto, onderweg naar een familiefeest van zijn kant. Of ik kan beter zeggen; mijn vriend zit in de auto, ik beweeg vooral. Ik wiebel, schuifel, doe mijn benen over elkaar om ze dan toch terug naast elkaar te zetten. Door de spanning ben ik duidelijk wat onrustig. Dat hij de schuddende auto nog netjes tussen de lijnen kan houden, verbaast me.

Een eerste bezoek aan mijn toekomstige schoonfamilie vind ik toch spannend. Ik krijg tenslotte maar één poging om een – liefst goede – eerste indruk achter te laten. Eentje waar ik liever niet mijn gehele relatie door wordt achtervolgd en die bij mijn eventuele trouw als kers op de huwelijkstaart in geuren en kleuren wordt verteld. Dus, wat doe ik? Juist ja, voorbereiden. Tot in de puntjes!

“Hoe heet je neef ook alweer? En hoort die bij de kant van je papa of je mama? Die had ook kinderen zeker, hè? Verdorie, ik ben zijn naam weer vergeten, zeg het nog eens?” Ik ondervraag mijn vriend alsof ik een carrière bij de FBI ambieer. Alle details moet ik weten, want ik wil niets over het hoofd zien. Het feit dat hij sommige dingen zelf niet eens zeker weet en daar heel nonchalant over doet, maakt mij een nóg lastigere passagier. “Welke dingen mag ik wel zeggen en welke beter niet?” Mijn moeder zegt altijd “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”. Maar ja, wat is gewoon?

how-bout-a-kiss.jpg

“Geef ik iedereen een hand of moet ik gelijk kussen? En hoeveel dan?” Elk land heeft tenslotte andere omgangsregels op vlak van groeten. Maar de uitleg die ik vervolgens van mijn vriend krijg, maakt me er allesbehalve rustiger op. De eerste regel zegt dat hoe beter je de persoon kent, hoe minder kussen je hem/haar geeft. Bij een eerste ontmoeting, op het moment dat je je nog allesbehalve comfortabel voelt, geef je dus meer kussen dan wanneer je die persoon spontaan al om de nek wil vliegen. Mocht je je nog niet ongemakkelijk voelen, dan gebeurt dat vanzelf bij het begroeten. Zéér logisch (ahum). Maar het wordt nog erger. Hoe ouder de persoon, hoe meer kussen die verdient. Allemaal leuk en wel, maar naar mijn weten loopt er nog niemand op deze aardbol rond met zijn/haar leeftijd op het voorhoofd gedrukt. Je kan hier dus flink de mist mee ingaan, als je de verkeerde keuze maakt. Stel je voor; zijn nicht heeft mij al toegevoegd op Facebook, maar ik heb haar nog niet in levenden lijve ontmoet. We hebben wel al mini-conversaties gevoerd online en elkaars foto’s becommentarieerd. Als ik haar dan voor het eerst tegenkom op een familiefeest en ik kies voor de veilige meer-kussen-bij-een-eerste-ontmoeting-optie (regel één), kan zij zich wel eens ouder voelen dan gedacht, in de veronderstelling dat we elkaar ondertussen al beter hadden leren kennen (regel twee). Gewoon door een simpele begroeting, kan zij wel eens botox of een ooglidcorrectie overwegen. Zoiets wil ik toch niet op mijn geweten hebben!

Ik ben niet een hele grote fan van al dat gezoen en dacht op dat vlak dan ook geluk te hebben dat ik niet meer in Nederland (alias Het Land Der Zoenen) woon. Iedereen die je kent – ik herhaal: iedereen – wordt elke keer – ik herhaal: élke keer – gekust alsof er iets te vieren valt. Want drie kussen zijn daar standaard – ik herh… nee, grapje. Je kust je daar dus echt helemaal te pletter. Sommige mensen proberen het begroetingsstadium dan ook zo snel mogelijk te doorlopen, doordat ze (A) er ondertussen meer bedreven in zijn dan anderen of (B) het net als ik nogal een gedoe vinden (kruis aan wat van toepassing is). Beiden komen – ondanks een andere reden – in aanmerking voor het verbreken van de hoe-snel-kan-ik-van-de-linkerwang-naar-de-rechter-en-weer-terug-recordpoging. Als je als mede-recordverbreker niet snel genoeg meedoet, sta je dus opeens in een overvolle woonkamer met een familielid te neuzen-neuzen. Een ontmoeting met vreemden verloopt in Nederland dan weer een pak minder – euhm – vreemd. Dan mag je gewoon in je comfortzone blijven, door de ander te begroeten met een handdruk. Wel een stevige graag, niet zo’n slap geval. Dank u. Wanneer die handenschuddende actie dan overgaat op een situatie met veel smakkerds, dat is dan weer een groot vraagteken in dit begroetingsmysterie.

Ik zucht. Het ene na het andere scenario komt in mijn hoofd op en ik vraag me hardop af waarom dat groeten toch zo complex in elkaar zit. Mijn vriend antwoordt “Je moet daar niet zoveel over nadenken en het moeilijker maken dan het is. Just go with the flow.” Ik zeg “Ja, het zal wel”, maar denk stiekem in mezelf “Pfff, weet je wat jij mag kussen…?” 😉

(Geschreven voor Charlie Magazine)

Wake up & be awesome!

Wake up & be awesome!

Een tijdje geleden heb ik mezelf en mijn blog na veel wikken en wegen ingeschreven voor de Flair Online Talent Award 2016. Ik ben nogal onzeker wat mijn talenten betreft – mag ik ze zo wel noemen? – en mijn blog hoort daar ook bij. Ik krijg hele lieve reacties van lezers en sommige blogposts zijn verschenen in Charlie Magazine, maar toch blijft dat onzekere stemmetje knagen. Ik stond dan ook perplex toen ik recent een mailtje kreeg van Flair met de melding dat ik uit meer dan 300 (!) inzendingen als één van de 20 finalisten was geselecteerd! Huh?! Hadden ze zich niet van e-mailadres vergist? Opeens kwam ik in een rollercoaster terecht. Een hele leuke, eentje waarbij je maag niet geleegd wordt aan het einde van de rit. Doordat er massaal op mijn blog is gestemd, zit ik ondertussen al in de volgende ronde, samen met 9 andere finalisten. En dat betekent uiteraard ook een nieuwe uitdaging. Flair wil graag weten hoe ik mezelf klaarstoom voor een hoteldebotel-tsjakkaaa-topdag! Ben jij ook benieuwd hoe een mens met een beetje – ahum – ochtendhumeur verandert in een vrolijke stuiterbal? 😉

1ba68a52e10c9495ee863594cc1f5239.jpg

07.30u – Vrolijkheid = 10%

Mijn wekker gaat voor mijn gevoel altijd te vroeg. En dan heb ik als freelancer nog geluk dat ik niet zo vroeg moet opstaan, zoals vele anderen. De keerzijde is wél dat ik vaak, met plezier, doorwerk tot in de late uurtjes. Ik ben nu eenmaal geen ochtendmens. Hoe krijg ik mezelf dan uit bed? Omdat ik dagelijks wil werken aan het verwezenlijken van mijn droom! De niet-inspirerende naam ‘Wekker’ op mijn telefoon heb ik dan ook veranderd in een motiverende quote, die ik geregeld eens vernieuw. Van zodra ik slechts één oog, die met secondelijm lijkt dichtgeplakt, heb open gekregen, word ik gelijk aangemoedigd door de tekst “Let’s reach my goal!” Het geeft mij het nodige zetje in de rug om mijn bed uit te springen (lees: vallen). Een extra tip: hoe donkerder de dagen, hoe gemotiveerder de quote. Trust me, it works!

Good-morning-wake-up-quote-2015.jpg

07.45u – Vrolijkheid = 30%

Het eerste wat ik doe nadat mijn voeten de grond raken, is ontbijten. Mét de Flair natuurlijk, what else? Als ik niet mijn lenzen ben vergeten, dan doe ik het juiste in mijn kom; zelfgemaakte granola, fruit en lactosevrije yoghurt. Het is niet alleen super lekker, maar ook nog eens heel gezond. En nee, ik ben niet betaald door een diëtiste om dit te zeggen. Je hebt mensen die van hun ontbijt een kunstwerk maken. Die leggen hun fruit en granen netjes geordend, zoals in de kookboeken. Ik ben meer het type simsalabim-ik-kwak-het-erin. Mijn slaapogen zien geen verschil en het smaakt even goed! Ik begin ook gelijk aan mijn dagelijkse vochtinname, met een groot glas water en een lekkere kruidenthee. Want een ontbijt zonder thee, is als douchen zonder zeep.

Schermafbeelding 2016-10-04 om 20.30.32.png
Zelfgemaakte granola uit de oven & een beker kruidenthee

08.15u – Vrolijkheid = 50%

Tijdens een warme, ontspannen – en volgens mijn partner veel te lange – douche beginnen mijn radartjes al te werken. Het is de plek waar ik mijn leukste ideeën en de beste oplossingen verzin. Na een douche voel ik me altijd een compleet ander mens. Dat betekent dus ook; geef mij een koude douche – letterlijk en figuurlijk – en ik ben niet te genieten! Je bent gewaarschuwd… Daarna komt mijn favoriete gedeelte; het beauty’en. Ik hoop nog steeds dat het Van Dale woordenboek mijn zelfverzonnen woord er ooit in opneemt. Reinigen, smeren, hydrateren, maquilleren en nog meer woorden die eindigen op -en. Ik zou met mijn hoeveelheid producten ondertussen een eigen winkel kunnen beginnen. Voor elk lichaamsdeel heb ik wel een passende verzorging. Voor make-up daarentegen, geldt bij mij de regel “less is more”. Maar je huid in de watten leggen met Clinique, geeft je een flinke boost. Want als je straalt aan de buitenkant, dan voel je dat ook vanbinnen. Charlotte, bedoel je het niet andersom? Nee! Als je huidje straalt, dan straal jij ook! (Psssst, die pukkel op je kin, die moet je gewoon even negeren.)

Schermafbeelding 2016-10-04 om 20.31.28.png
CLINIQUE pep-start cleanser, moisturizer & eye cream

08.45u – Vrolijkheid 70%

Kleding maken de man. Wat maken ze van de vrouw? Juist ja, een vastberaden superwoman. Eentje die de hele wereld aankan. Nou ja, toch in ieder geval die dag. Ik doe dan ook iets aan waar ik me goed in voel. En dan bedoel ik iets meer dan een jogging of een huispak. Vergeet je outfit niet aan te vullen met je – eventueel gekke – glimlach, want “a smile is the prettiest thing you can wear!”

13729036_10154441412941177_3904115953132155035_n.jpg

09.00u – Vrolijkheid = 100%

Mijn ultieme tip om je dag te starten? Houd je doel(en) voor ogen en werk daar naar toe! Een grotere motivatie kun je niet hebben. Is dat altijd gemakkelijk? Nee, zeker niet. Maar het is het verdomme (sorry mam) wel waard! Doe iets wat je écht graag doet en maak je dromen waar. Want dromen doe je ’s nachts en ze waarmaken overdag!

IMG_5308.jpg
Motiverende muursticker boven mijn bed

Mijn partner staat nog vaak versteld hoe ik van een humeurige slaapmuts verander in een vrolijk Duracell-konijn. En als ik het kan, dan kan jij het ook! Hoe pep-start jij je ochtend? 😉

(Deze blogpost is gesponsord door CLINIQUE & Flair, dank jullie wel!)

“Wortel, zoals de groente.”

“Wortel, zoals de groente.”

Een groentesoort als achternaam, het blijft een klucht. Toch zeker in België. Tussen Janssens, Peeters en Mertens zijn we niet echt een subtiele vertoning. Nog sterker, we zijn de enige Wortels in heel België. Uniek, enig in onze soort, the one and only baby! Daar had mijn leerkracht Nederlands op de middelbare school destijds niet helemaal over nagedacht, toen hij de laten-we-een-middagje-achternamen-analyseren-opdracht had voorbereid. In vijf minuten had ik gelokaliseerd waar de mensen woonden met dezelfde achternaam als ikzelf. Tot zijn grote ergernis kon ik zelfs de straatnaam en het huisnummer geven. Maar of we nu zo blij moeten zijn met onze uniekheid, daar ben ik nog niet zo zeker van.

Een typisch Nederlandse achternaam (lees: rare naam voor velen) brengt namelijk kaakblozende verantwoordelijkheden met zich mee. Zoals het spellen ervan, bij een kassa met tien zuchtende mensen achter je. In mijn geboorteland rolt de naam probleemloos over de kassa, maar in België zorgt het vaak voor veel verwarring. Om okselvijvers te vermijden, maak ik me er tegenwoordig snel vanaf door te verwijzen naar de oranje groentesoort. Helaas denken vele caissières dat ik een grapje maak, waardoor ik de winkel verlaat met een klantenkaart voor familie Mortel. Ik moet ze wel nageven dat ze er dicht bijzitten. Je moet alleen niet te lui zijn om tijdens het lezen van de hoofdletter je hoofd 180 graden te draaien.

Over het spellen van woorden gesproken, er bestaan evengoed typisch Nederlandse gewoontes die mij zelfs nog doen verbazen. Zoals die ene keer dat ik de vrolijke, Amsterdamse Jacqueline aan de telefoon had, die onaangekondigd midden in het gesprek precies de namen van de zeven dwergen begon op te sommen. Na Joop-Aad-Cor had ik pas door dat ze haar voornaam probeerde te spellen en dat het de bedoeling was dat ik allang zat te pennen.Phoebe Friends.jpg

Tijdens zulke voorvallen merk ik pas hoe erg ik ondertussen ‘vervlaamst’ ben. En hoe confronterend het is, dat dit onbewust gebeurt. Er is namelijk een groot verschil tussen er zelf voor kiezen om je aan te passen of dat je verandert zonder er bij na te denken. In het laatste geval heb ik het gevoel dat ik mijn roots, mijn Nederlandse wortels (see what I did there?) langzaamaan kwijtraak. Iets wat ik heel erg zou vinden en mijn Belgische partner maar al te goed weet. Hij kent ondertussen mijn overtuigend, negatieve antwoord op de vaak terugkomende vraag van anderen of ik ooit nog mijn nationaliteit wil wijzigen. Mijn integratie kent namelijk zo zijn grenzen. Zelfs vroeger al, op de middelbare school, als ik enkel de keuze had tussen aanpassen of gepest worden. Zoals het gebruik van enkele Vlaamse woorden, die ik écht niet krijg uitgesproken, ook al ken ik ze wel. Denk aan pompbak of nestel (je wil niet weten wat voor gezicht ik momenteel trek terwijl ik dit typ). Woorden die voor mij een stap te ver zijn, omdat ik ze écht niet mooi vind (dat is nog een understatement).Diaspora blues quote.jpg

Na al bijna mijn hele leven in het Belgenlandje te wonen, ben ik goed ingeburgerd en ben ik prima op de hoogte van de belangrijkste do’s-and-don’ts. Ook al kan ik in beide culturen moeiteloos functioneren, toch blijf ik voor mijn omgeving altijd ‘de (buitenl)ander’. Hoe Vlaams ik ook spreek in België (met als specialiteit hetzelfde accent als mijn gesprekspartner) en hoe assertief ik mij ook gedraag in Nederland. Sowieso val ik in België altijd door de mand, op het moment dat die befaamde achternaam weer tevoorschijn komt. Maar dat maakt op zich helemaal niet uit, want ik voel me prima als Nederbelg. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en het heeft me geleerd wat ik nu weet. Af en toe denk ik er wel eens aan om nog terug naar Nederland te verhuizen. Dat is zeker nog niet voor direct, maar zeg nooit nooit. Alhoewel mijn Belgische vriend dan altijd antwoordt; “Ja, doei!”

Loesje quote.jpg

(Geschreven voor Charlie Magazine)

Ik ben nog even bezig hoer!

Ik ben nog even bezig hoer!

ENTER. Met één druk op de verkeerde knop is je berichtje verstuurd. En dán zie je het pas. Altijd te laat. Ook altijd gênant. De rare woordspelingen die de woordenboekfunctie van je telefoon heeft gemaakt. ‘Hoer’ in plaats van ‘hier’, ‘koe’ in ruil voor ‘oké’ en een bericht eindigt hij liever met ‘vriendelijke grieten’ dan ‘groeten’.

Hoe hij eraan komt, geen idee. Ik heb het hem niet geleerd, écht waar! Wat moet de ontvanger wel denken? Alsof ik deze woorden frequent gebruik en ze tot mijn dagelijkse woordenschat behoren. Bij familie of vrienden kan het nog tot hilarische situaties leiden, maar in een conversatie met klanten bezorgt het vooral flinke okselvijvers. Het bericht erna – de versie waarin je jezelf er nog uit probeert te kletsen – typ je dan ook aan wereldrecordniveau!

 

IMG_2025.JPG

 

Ik heb duidelijk een haat-liefdeverhouding met mijn autocorrect. Het is een beetje zoals een relatie met een man. Je kunt ze soms missen als kiespijn, maar stiekem wil je dat ze voor altijd blijven. Hetzelfde met mijn vriend Het Woordenboek. Ik begrijp niet hoe mensen nog berichten kunnen typen zonder hem! Als ik zie hoe vaak ik de verkeerde toetsen kies – niet gek met de steeds kleiner wordende knopjes op de huidige touchscreens – en hij toch het gewenste woord samenstelt, dan blijf ik dat ongelooflijk handig vinden. Maar tegelijkertijd is het woordenboek de vunzige versie van mezelf. Dezelfde boodschap wordt soms flink aangedikt met een pikant sausje of stevig gepeperd met vieze taal. Volgens mij vindt hij mijn berichtjes maar te gewoontjes en zit hij achter de schermen – mijn telefoonscherm in dit geval – stiekem te grinniken, telkens hij weer een schunnigere versie van mijn bericht de wereld in heeft gestuurd.

Niet alleen mijn woordenboekfunctie heeft last van een identiteitscrisis. Ook de versie op mijn laptop kan er wat van! Mails naar klanten moet ik driedubbel herlezen om er zeker van te zijn dat mijn hardnekkige autocorrect niet weer het duiveltje op zijn schouder is gevolgd.

 

13879327_1174327812628695_7783364220550935433_n.jpg

 

Ook Google heeft me op werkvlak al veel frustraties opgeleverd. Bij het kiezen van mijn bedrijfsnaam Duideleuk heb ik destijds de autocorrect van Google even over het hoofd gezien en dat heeft hij me ook duideleuk – see what I did there? – laten voelen. De eerste maanden baseerde hij zijn resultaten telkens op het woord ‘duidelijk’ en vond hij zichzelf erg slim omdat hij mijn typefout had gezien. De woorden leken tenslotte zoveel op elkaar. Ja duh-huh, dat was nu juist het hele idee erachter! Maar gelukkig is het bij Google zoals bij de opvoeding van een man – ik bedoel, hond! Ik zei hond! – zolang je het juiste maar blijft herhalen, leert hij – Google, maar mannen en honden ook, hoor – het wel!

Brengt jouw autocorrect je soms ook in gênante situaties? Ik ben benieuwd, deel ze gerust hoer! 🙈

(Geplaatst in Charlie Magazine & LINDA Magazine)

 

“Water on the rocks, alsjeblieft.”

“Water on the rocks, alsjeblieft.”

“Wat wil je graag drinken als aperitief? Witte wijn, rode wijn, rosé, champagne, gin tonic? Ik kan eventueel ook een Mojito maken!”

“Goh, een plat water is goed, hoor.”

“Oh… ben je zeker? Het is namelijk geen moeite, hè!”

“Nee dank je, ik drink geen alcohol.”

“Je drinkt geen alcohol? Helemaal niets?! Waarom niet?”

 

Dat zijn de momenten waarop ik me altijd moet bedwingen om niet te vragen “Waarom wél?” Dat komt namelijk op exact hetzelfde neer. Ook al zien mensen het niet zo, want de meerderheid drinkt het tenslotte. Dus dan moet jij als buitenstaander wel even uitleggen waarom je niet meedoet. Gewoon zeggen dat je het niet wil, is namelijk onvoldoende. Als je geluk hebt, dan verandert je gezelschap in een team van journalisten die haarfijn willen weten hoe de situatie juist in elkaar zit. Naast het feit dat de ziekte die ik heb en de medicatie die ik neem een reden kunnen zijn, heb ik er gewoon geen nood aan. Mijn lichaam heeft zelfs nog nooit een druppel alcohol gezien, behalve in de verdampte vorm. Ik weet niet eens wat ik mis, dus dat maakt de keuze om het niet te drinken des te eenvoudiger. Alleen deze typische conversatie die ik al duizendmaal gevoerd heb, behoort nog steeds niet tot mijn favorieten.

 

IMG_2745.JPG

 

Toen ik jonger was (lees: gevoeliger voor kritiek en groepsdruk) vond ik dit soort momenten altijd een ramp. Want plat water was niet ‘cool’. Had ik nu gekozen voor een Cola of een Fanta, dan was het nog een andere zaak. Maar ook dat drink ik niet, want na een paar slokken ontmoet ik de bruis terug in mijn neus (ja, dat geldt ook voor bruiswater). Ik kon mijn saaie drankje wel in een wijnglas schenken en doen alsof, maar als je niet stonk naar bier en niet diezelfde avond nog je hele maag eruit gooide langs de kant van de weg, dan hoorde je er niet bij. Want dát was pas cool! Sowieso kwam ik altijd duurder uit dan mijn leeftijdsgenoten op het moment dat iemand het lumineuze idee had om een geldpot te starten. Dat was op een feestje of evenement véél handiger dan telkens een rondje te trakteren. Mijn water kostte me dan niet alleen drie keer zoveel, vaak kreeg ik niet eens iets als er drinken werd gehaald. Want in een meter bier komt namelijk geen water voor. Iedereen dronk hetzelfde en rekening houden met een afwijkende keuze was een beetje teveel gevraagd. Dus dan ging Charlotje zelf haar drinken weer halen en betaalde het aan de bar voor de tweede keer met haar eigen geld. Die Spa Blauw veranderde ondertussen meer in een Spa Goud. Begrijp me niet verkeerd, het is mijn eigen keuze om geen alcohol te drinken, zoals het iemand anders zijn keuze is om dat wél te doen. Als ik daardoor bij een rondje duurder uitkom dan de anderen, dan is dat een logische consequentie waar je mij niet over zal horen zeuren. Maar met zo’n geldpot sponsor ik precies indirect de AA-club.

 

bidon-2_2.jpg
http://www.modemusthaves.com

 

Nu ik volwassen ben – of toch in ieder geval een leeftijd heb bereikt waarop dat van mij verwacht wordt – is de geldpot niet meer zozeer het probleem, maar wel de aanwezigheid van iets drinkbaars. Je zou denken dat als je eenmaal de puberjaren en het studentenleven gepasseerd bent, dat het makkelijker zou worden. Maar op verschillende netwerkavonden stoot ik telkens op hetzelfde obstakel; wat ga ik drinken? Als ik tussen alle bier- en wijnflessen geen alcoholvrije drank kan bespeuren en vraag of er water aanwezig is, dan kijken ze me soms aan alsof ze het nog via een emmertje uit een waterput moeten gaan hijsen. Op recepties worden de drankjes zelfs naar je toegebracht op impressionante dienbladen, maar ook daar ben ik altijd Miss Moeilijk. Ze beloven dan altijd om het apart te brengen, maar vaak sta je na een uur wachten nog kurkdroog en ga je maar zelf op zoek naar de keuken. Bij feestelijke gelegenheden waarbij er gedronken moet worden omdat er iets te vieren valt, ben je sowieso ‘de pretbederver’. Met water doe je namelijk niet écht mee en kun je al helemaal niet zoveel plezier beleven als anderen, zegt men. Het kan niet zo zijn dat je dan uit jezelf begint te lachen, te dansen of ook maar iets kunt ontspannen en genieten. Het feit dat je niet mee het glas alcohol heft, blijkt op dat moment véél belangrijker dan het plezier van jouw fysieke aanwezigheid. Om maar al te zwijgen over het toasten op Oudejaarsavond.

 

large.jpg

 

Toen ik mijn partner ontmoette, dronk hij om zijn eigen redenen geen alcohol meer. Voor mij is het stiekem heel fijn om op gezamenlijke feestjes niet meer het enige buitenbeentje te zijn. Samen vormen wij de waterbrigade die voor elkaars drankjes zorgen – hij, als een ware gentleman, iets meer dan ik. Maar mocht hij van de één op de andere dag op zijn beslissing willen terugkomen, dan is dat voor mij evengoed. Zolang wij elkaars keuze maar begrijpen en respecteren, vind ik het allemaal prima!

NL9204_12.jpg

 

 

Het wordt vandaag en morgen nog flink warm, dus ik zou zo zeggen; drink genoeg! En dan moet je zelf maar beslissen wat dat gaat zijn. 😉

 

Dresscode voor de kassa-race: sportschoenen.

Dresscode voor de kassa-race: sportschoenen.

Lieve lezers, het is alweer even geleden dat ik mijn eigenwijze commentaar met jullie heb gedeeld. Jullie waren me toch nog niet vergeten, hè? Toch? TOCH? 😉 Mijn gezondheid speelde me even flink parten en bracht zelfs onze vakantie bijna tot een annulering. Maar uiteindelijk zijn we vertrokken! Ik zet daar expres niet het woordje ‘gelukkig’ tussen, want jammer genoeg was onze vakantie geen topper. Oké, dat is nogal een understatement. Het was gewoon slecht, op het gezelschap na. Een locatie die duidelijk een hele goede fotograaf had ingehuurd voor de reisbrochure en een dorpje dat niet een grote fan is van toeristen. Balen? Zeker weten! Maar dat is een verhaal apart en eventjes (nog) niet voor nu. Ondertussen ben ik van het regenachtige Frankrijk terug in het nog regenachtigere België beland.

you-cant-have-a-rainbow-without-a-little-rain.jpg

We verbleven dus in het land van de lekkere kazen (beetje onhandig met een lactose-intolerantie), de heerlijke lavendel en de grote supermarkten. Hele grote supermarkten. Thuis verkies ik de kleintjes boven de grote giganten, maar op vakantie is die keuze helaas niet altijd mogelijk, als je voor efficiëntie wil gaan. Grote supermarkten in Frankrijk betekent niet alleen een overdosis aan productkeuze, maar ook nog eens ontelbare kassa’s. Misschien zijn daar wel de nummers boven de kassa’s destijds ontstaan! Maar zelfs thuis, in de kleinere winkels, blijft het einde van je supermarktrit toch een ervaring apart. Ook hier kan de kassa-race een ware ‘survival of the fittest’ zijn!

retail-shopping_trolley-shopper-shop-shopped-grocery_stores-jmp071215_low.jpg

Iene-miene-mutte

Het begint al met het uitkiezen van de juiste kassa. Mensen met keuzestress raken daar mogelijk in paniek. Denk je de juiste te hebben gevonden, dan besluit de caissière dat het nét tijd is voor haar lunchpauze. Of je staat in een rij en vlak voor de point-of-no-return wordt er een nieuwe kassa geopend. Ga je nog overstappen? Zo ja, waar moet je naartoe? Want soms wordt de mededeling afgeroepen zonder de bevrijdende kassa erbij te vermelden. (Aha, daarom zijn die nummers zo handig!) Wanneer je als een idioot de verkeerde kant op rent, dan moet je weer helemaal achteraan aanschuiven en ben je nog verder van huis (kassa, in dit geval). Het blijft iets raars, die kassacompetitie. Als ik trager ben in de race dan degene achter me, dan verlies ik namelijk mijn volgorde in de rij. Hoe zit het dan met de regel “first come, first serve”? Als we dat gewoon zouden toepassen, dan zouden we ons niet als debielen hoeven te gedragen. De conclusie blijft; welke kassa je ook kiest, volgens dit filmpje is het altijd de verkeerde! 😉

Ladies first. Of mensen met twee stuks.

Als je een goede daad wil doen door iemand voor te laten die slechts twee stuks bij zich heeft terwijl jij een piramide op de band hebt gecreëerd, dan brengt dat soms lastige dilemma’s met zich mee. Zo heb ik eens gehad dat ik degene achter mij voorliet en dat direct daarna weer iemand kwam met maar een enkel product in zijn handen. Moet je die dan ook voor je laten gaan? Kom ik dan niet hartstikke onvriendelijk over als ik dat niet doe? Alhoewel de keuze voor je wordt vergemakkelijkt als de eerste zonder een ‘dank je wel’ op je aanbod is ingegaan.

fb9eccf2ccbdc56d001a914abde57956.jpg  

A smile a day, keeps the doctor away!

Heeft de caissière een hekel aan haar job, dan zal je dat snel weten. Je vriendelijke ‘goedemiddag’ kun je dan beter voor iemand anders bewaren, want die zal hoogstwaarschijnlijk met een kille stilte worden beantwoord. Ik heb al geprobeerd een antwoord af te dwingen door mijn kar pas uit te laden nadat ik een reactie kreeg. Maar dat bleek geen aanrader, dus de opvoeding van caissières heb ik sindsdien achter me gelaten. Je hebt ook de categorie ‘Ik kan wel vriendelijk zijn, maar niet tegen jou’. Dat zijn degene die hele gesprekken voeren met hun collega achter hen, maar jou amper een blik of woord gunnen. Je bent daarmee ook ongewenst getuige van hun persoonlijke drama’s en nietszeggende weetjes. Het wordt voor de klant een spel waarbij je te weten moet komen of een bepaalde tekst wél of niet voor jou bedoeld is. Eens oefenen? “Mijn beste vriendin kwam thuis en merkte dat haar voordeur openstond – heeft u een Delhaize kaart? – en toen heeft ze direct de politie gebeld – dat is dan 35 euro en 40 cent – maar je wil toch gelijk weten of er iets gestolen is”. Succes! 😉

BoUj_zSCEAAMYxS.jpg

Verbreek je persoonlijke inpakrecord!

Nog even terugkomen op het moment voor de betaling, dan heb ik het over het echte gooi-en-smijtwerk. Je belandt tenslotte middenin een recordpoging “Hoe snel kan de caissière jouw producten over de band gooien?” Het is een wedstrijd waarbij de caissière probeert zo snel mogelijk alles te scannen om het dan achteloos naast zich neer te werpen. Terwijl je als een gek je spullen probeert in te pakken, moet het moeilijkste gedeelte nog komen; de prijs wordt in het wilde weg geroepen, terwijl jij nog minstens tien stuks in je tas moet zien te proppen. De bedoeling is dan eigenlijk dat je eerst betaalt, zodat ze de scheidingswand opzij kunnen duwen, daarmee je koekjes en beschuiten platdrukken, om al met de volgende klant te kunnen beginnen. Waar die persoon in kwestie met zijn kar naartoe moet om bij zijn spullen te geraken, dat staat niet in het wedstrijdreglement van dit spel vermeld. Dat is dus gewoon op eigen risico uit te zoeken. Tegenwoordig negeer ik die betaalvraag zolang ik nog niet klaar ben met inpakken, ook al plas ik daarmee bijna in m’n broek van mijn ‘living on the edge’-attitude. Nog zo’n irritant dingetje; als ze je al gedag gaan zeggen terwijl je er nog staat. Wat moet je dan zeggen als je uiteindelijk écht wegloopt?

11-funny-supermarket-truth-cartoon.png

Goedendag en tot nooit meer.

Ondertussen weet ik welke caissières vriendelijk zijn en welke – hoe zal ik het zeggen – iets minder vriendelijk. Jammer genoeg blijven er maar weinig goede opties over, zeker in een supermarkt die niet 25 kassa’s telt. Maar ik blijf liever een lange tijd in de rij staan, zodat ik behandeld word met een glimlach, dan dat ik met een slecht humeur als eerste de supermarkt verlaat! De onvriendelijke caissière die net haar laatste klant afwerkt en mij bij een veel langere rij ziet aansluiten, begrijpt er nog steeds niets van. 😉

 

P.S. In deze blogpost heb ik het alleen maar over de vrouwelijke en onvriendelijke caissières. Zijn er dan geen mannelijke? Echt wel. En zijn alle caissières onvriendelijk? Gelukkig niet! Maar met ‘Eigenschrijfs’ vertel ik over de alledaagse dingen die ikzelf meemaak. Zaken die we elke dag doen en als normaal ervaren, maar die eigenlijk toch een beetje raar zijn als je er wat beter naar kijkt!

Autorijden zonder handen.

Autorijden zonder handen.

Ik heb nog extra op mijn rem gedrukt, in de hoop dat hij mijn remlichten toch nog op tijd zou opmerken. Maar dat maakte de klap eigenlijk alleen maar harder. Mijn eerste reactie was woede, enorme woede. Ik stormde de auto uit om hem eens duidelijk uit te leggen dat als hij achter het stuur zat, hij zich bezig moest houden met autorijden en niets anders. Hij gaf gelijk toe dat hij op zijn telefoon zat te kijken, maar dat maakte mijn boosheid er niet minder op. Integendeel, totaal niet nadenkende of mijn woordenvulkaan wel zo verstandig was op dat moment, bekeek ik intussen beide auto’s om de schade te bepalen. De auto van mijn mama, waar ik regelmatig gebruik van mocht maken, had een goede bumper en een stevige trekhaak. Die had datgene wat hij bij mij had opgevangen, er bij de ander dubbel en dwars ingezet. “Karma is a bitch” en op dat moment mijn beste vriendin.

Er werden geen telefoonnummers uitgewisseld, achteraf gezien niet één van mijn meest handige acties. Ik was alleen maar heel opgelucht dat ik mijn rit verder kon zetten, zodat ik nog op tijd zou zijn voor mijn afspraak. Ik ben nogal een principemens, dus dat was het eerste wat in me opkwam. Geconcentreerd zijnde op de weg en de klok, lette ik niet op hoe ik mezelf eigenlijk voelde na mijn eerste – en tot op heden enige – botsing. *zoekt onbewerkt hout om af te kloppen* Maar bij aankomst begon het langzaam door te dringen.

 

header-onderwegbenikoffline-small.jpg
http://www.daarkunjemeethuiskomen.nl

 

Zowel de zeurende pijn in mijn nek, die na een eerdere nekblessure al niet “je dat” is, en de schrik, die ik door de woede niet eerder had opgemerkt. Ik ben ondertussen al zes jaar, duizenden kilometers en oneindig veel chiropraxiebehandelingen verder – alhoewel ik nog steeds onder behandeling ben, maar dat is niet alleen door dat ene stomme ongeluk. Maar ik merk nog steeds dat er een restje woede en schrik zijn blijven hangen. Uiteraard vind ik de plek zelf niet echt meer een pleziertje, maar dat is niet het enige. Als ik als bestuurder of medepassagier in de file terechtkom, houd ik gespannen mijn achterligger in de gaten om te zien of die het ook wel doorheeft. Medeweggebruikers kan ik wel achter hun stuur vandaan sleuren als ik ze al bellend zie rijden of parkeren. De betekenis van de term ‘handsfree’ is namelijk nog niet voor iedereen even duidelijk. Velen denken dat het betekent dat je je telefoon op speaker moet zetten en in je hand recht voor je mond moet houden. Kwestie van er goed hard in te kunnen roepen, zodat de persoon aan de andere kant zijn volume moet terugdraaien om doofheid te voorkomen. Gelukkig zijn er vele anderen die – net als ik – een houder of ingebouwde telefoon in hun auto hebben om het wél op een veilige manier te kunnen doen. Sommigen daarvan zetten het volume zo hard dat men het gesprek vier straten verder nog kan volgen, maar dat even terzijde.

Als ik na deze – toch wel ‘simpele’ – botsing al zo kwaad was, hoe is dat dan voor mensen die met veel zwaardere gevolgen te kampen kregen? Mensen die door andermans toedoen een dierbare onuitwisbare schade hebben zien oplopen of zelfs zijn verloren. Mensen die niet meer hun oorspronkelijke dromen kunnen najagen doordat hun lichaam is toegetakeld door iemand die zijn telefoon belangrijker vond dan het verkeer. Jammer genoeg kun je niet elke bellende automobilist persoonlijk even uitleggen dat het verkeerd is wat hij of zij doet. Maar ik kan wel een teken doen als ik ze zie en daarmee bedoel ik niet mijn middelvinger, alhoewel die soms ook graag zou willen participeren in het verkeer. En ik kan via social media de goede reclames delen met een duidelijke boodschap. Last but not least, kan ik ook zelf het goede voorbeeld geven. Zoals het welbekende spreekwoord luidt; “Be the change you wish to see in the world”. Over de grootte van die verandering heeft Ghandi niets gezegd, dus hou ik me liever aan dat gezegde vast dan aan de woede tegenover die automobilist die me destijds aanreed. In zijn lelijke bestelwagen. In die vieze, witte kleur. Met hopelijk nog steeds een deuk in zijn voorkant. 🙊

 

BetheChange2-01.jpg

Jouw pretoogjes zal ik nooit vergeten.

Jouw pretoogjes zal ik nooit vergeten.

Zijn vrolijke humor. Zijn gevatte commentaar. Zijn gevoel voor taal. Ik heb de eer gehad om via mijn mama er indirect een stukje van te erven. Vandaag is het zijn verjaardag, maar die vieren we al jaren niet meer. Hij zou vandaag 94 jaar zijn geworden. Het had gekund, maar op 75-jarige leeftijd heeft hij de strijd verloren tegen het stomme beest dat ‘kanker’ heet. Ik was toen een klein meisje van 10 jaar, maar toen al gedreven door taal. Op zijn begrafenis las ik mijn zelfgemaakte gedicht voor, dat ik met de hulp van mama had gemaakt. Schrijven was toen al mijn manier om dingen te verwerken en emoties onder woorden te brengen. Ik schreef lange brieven naar familieleden en vriendinnetjes in Nederland, liefst met elke regel in een andere kleur. Zelfs mijn juf in de lagere school moest eraan geloven.IMG_2631.jpg

Vandaag ben ik nog steeds bezig met taal en schrijf ik soms nog even kleurrijk. Naarmate ik ouder ben geworden, besef ik me dat ik meer op hem lijk dan ik dacht. Karaktertrekken waar ik eigenlijk heel trots op ben, die ik in mama nog duidelijker kan terugzien. Abrupt gevat commentaar geven in gesprekken met bekenden of vreemden, altijd met een figuurlijke knipoog. Taalgrapjes, waar mijn papa als chemicus de humor nog steeds niet van inziet terwijl mama en ik in een deuk liggen. Aan de verhalen die mama over hem vertelt, ben ik gaan beseffen dat ik met hem heel veel plezier had kunnen beleven. Op een ander gebied dan ik destijds al deed. Als klein meisje mocht ik hele papierrolletjes opgebruiken op zijn elektrische rekenmachine, die hij als boekhouder dagelijks gebruikte. Terwijl ik ijverig zat te typen, zal hij gegniffeld hebben dat zo’n taalmeisje als ik niet bezig was met de cijferreeksen die ik creëerde, maar enkel gefascineerd was door het toestel zelf. Met verdriet realiseer ik me dat ik hem zo graag nog had willen kennen, nu ik ouder ben en het contact diepgaander zou ervaren. Hij had me nog veel kunnen leren over de humor in het leven, over heerlijk je eigen ding doen en je niets aan te trekken wat anderen daar eventueel van zouden denken. Een gave die hij had en ook duidelijk merkbaar is in zijn volgende uitspraken, slechts een greep uit zijn zelfverzonnen repertoire.

  • “De stof was op” = iemand met een te kort kledingstuk
  • “Er zit geen kleur of heerlijkheid aan” = iets is maar gewoontjes of zelfs saai
  • “Heb je ze niet betaald?” = tegen iemand met krakende schoenen
  • “Ga je verhuizen en heb je je handen al ingepakt?” = tegen iemand met zijn/haar handen in zijn/haar broekzakken
  • “Als je geen buik hebt, dan vallen je boterhammen in je broek” = als iemand buikpijn heeft en wenst even geen buik te hebben
  • “Je kunt het toch niet heel opeten” = tegen iemand die geen kapotte etenswaren wil (bv.gebroken koekjes)
  • “Nauw is niet breed!” = tegen iemand die “nou!” zegt
  • “Was er geen plek naast?” = tegen iemand die op zijn/haar lip of wang bijt
  • “Plat water is water dat goed geplet is”
  • “Ik ben niet knap, maar wel lief”
  • “Mitavientjes” = vitamientjes
  •  k.d.z. = krijg de zenuwen
  •  opgedroogde snotjes = sukade in paas- of kerststol

condoleance2.png

Ik ben heel dankbaar dat mijn mama zijn uitspraken is blijven gebruiken en ik zijn humor en gevoel voor taal op die manier nog heb mogen leren kennen. Hopelijk kan hij daarboven stiekem grinniken telkens als we er eentje zeggen. Zolang ik ze zelf gebruik en ze hopelijk ooit kan doorgeven aan een volgende generatie, is mijn opa nooit helemaal weg.💜