Ik kom terug. Beloofd.

Ik kom terug. Beloofd.

Hoi! Ja, weet je nog wie ik ben? Je weet wel, die persoon met haar eigenwijze blog. Ja, die ja!  Nee? Valt er nog geen euro? Goh, ik kan het jullie niet kwalijk nemen… Mijn blog lijkt wel een winterslaap te doen. Alleen mijn blog dan, want ikzelf gebruik precies een XXL-batterij per dag! Want het is druk, en niet zo een klein beetje.

front.jpg

Ik had namelijk ook nog een eigen bedrijf, weet je dat nog? Juist ja, ‘Duideleuk’. Anderhalf jaar geleden ben ik gestart als freelance copywriter. Ik schrijf dagelijks teksten over boeiende onderwerpen voor nog boeiendere klanten. In het begin leek ik op een vliegtuig te zitten, maar de laatste tijd begint het toch meer te neigen naar een straaljager. En als je me een beetje kent, weet je wat voor een heldin – ahum – ik ben op een vliegtuig. En eigenlijk is het hebben van een eigen bedrijf soms even eng. De opdrachten vliegen me om de oren en ik typ me de laatste dagen een idioot. Begrijp me niet verkeerd, dat is héél positief nieuws en allemaal ook erg leuk! Maar hoe drukker het wordt, hoe blijer je bent als je tijdens je ontspanning even niet hoeft te tikken op een toetsenbord of moet kijken naar een lichtgevend scherm. Dan wil je stiekem soms even iets anders, zélfs als schrijven je passie is.

En daar wringt die schoen – sneaker, ik draag momenteel sneakers – een beetje. Want voor een blogpost moet je – juist ja – typen! Maar dat lukt natuurlijk niet als je lichaam schreeuwt om wat rustmomentjes. Gewoon even niets. Ik had gehoopt dat het me in mijn kerstvakantie wel zou lukken, om een blogpost te schrijven. Maar ook dat liep anders dan gepland. De vakantie waar ik naar aftelde, moest ik inkorten vanwege teveel deadlines. Nogmaals, opnieuw positief nieuws! Je wil tenslotte dat je bedrijf groeit en succesvol wordt en dat doet het ook! Maar dat betekende ook dat er minder quality time overbleef, om door te brengen met de mensen die mijn gezicht ook vaker achter een scherm zien dan ervoor. En die wilde ik tijdens mijn paar dagen vakantie toch écht even 100% mijn aandacht geven.

Nee, je hoeft nog niet in een zakje te gaan blazen. Of het noodnummer te bellen. Want ik ga nu écht niet aankondigen dat dat betekent dat deze blog stopt! Deze blog krijgt zeker nog vervolgverhalen, hele leuke zelfs! Alleen kan ik nog niet beloven wanneer. En dat wilde ik jullie graag vertellen. Of beter gezegd: vragen.

Willen jullie nog eventjes op me wachten? Hebben jullie nog eventjes geduld? Tot ‘Duideleuk’ haar ritme wat meer heeft gevonden en ik eindelijk weet hoe je je werk en privé moet balanceren als zelfstandige?

Ik hoop het zo… Laat je ’t me weten?

Tot schrijfs,

-x- Charlotte

Als de tijd vliegt vlieg mee, Loesje.jpg

 

 

Advertenties
Mag ik u kussen?

Mag ik u kussen?

Als Nederbelg maak ik dagelijks dingen mee waar ik me na 26 jaar nog steeds over kan verbazen. Wat een Nederbelg juist is? Volgens het Van Dale woordenboek “een Nederlander die in België woont, bv. om de Nederlandse vermogensbelasting te ontwijken”. Zo, die hebben we ook weer binnen. Niet alle Nederbelgen zijn hetzelfde, ze zijn er in alle soorten en maten. Zoals de ik-blijf-lekker-mezelf-Nederbelg en de ik-pas-me-graag-aan-Nederbelg. Ik val onder de laatste categorie, maar dat aanpassen kent zijn grenzen en zorgt nog regelmatig voor grappige voorvallen.

886dfd1db408b566e9acd96a7e180c8f.jpg

Mijn vriend en ik zitten samen in de auto, onderweg naar een familiefeest van zijn kant. Of ik kan beter zeggen; mijn vriend zit in de auto, ik beweeg vooral. Ik wiebel, schuifel, doe mijn benen over elkaar om ze dan toch terug naast elkaar te zetten. Door de spanning ben ik duidelijk wat onrustig. Dat hij de schuddende auto nog netjes tussen de lijnen kan houden, verbaast me.

Een eerste bezoek aan mijn toekomstige schoonfamilie vind ik toch spannend. Ik krijg tenslotte maar één poging om een – liefst goede – eerste indruk achter te laten. Eentje waar ik liever niet mijn gehele relatie door wordt achtervolgd en die bij mijn eventuele trouw als kers op de huwelijkstaart in geuren en kleuren wordt verteld. Dus, wat doe ik? Juist ja, voorbereiden. Tot in de puntjes!

“Hoe heet je neef ook alweer? En hoort die bij de kant van je papa of je mama? Die had ook kinderen zeker, hè? Verdorie, ik ben zijn naam weer vergeten, zeg het nog eens?” Ik ondervraag mijn vriend alsof ik een carrière bij de FBI ambieer. Alle details moet ik weten, want ik wil niets over het hoofd zien. Het feit dat hij sommige dingen zelf niet eens zeker weet en daar heel nonchalant over doet, maakt mij een nóg lastigere passagier. “Welke dingen mag ik wel zeggen en welke beter niet?” Mijn moeder zegt altijd “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”. Maar ja, wat is gewoon?

how-bout-a-kiss.jpg

“Geef ik iedereen een hand of moet ik gelijk kussen? En hoeveel dan?” Elk land heeft tenslotte andere omgangsregels op vlak van groeten. Maar de uitleg die ik vervolgens van mijn vriend krijg, maakt me er allesbehalve rustiger op. De eerste regel zegt dat hoe beter je de persoon kent, hoe minder kussen je hem/haar geeft. Bij een eerste ontmoeting, op het moment dat je je nog allesbehalve comfortabel voelt, geef je dus meer kussen dan wanneer je die persoon spontaan al om de nek wil vliegen. Mocht je je nog niet ongemakkelijk voelen, dan gebeurt dat vanzelf bij het begroeten. Zéér logisch (ahum). Maar het wordt nog erger. Hoe ouder de persoon, hoe meer kussen die verdient. Allemaal leuk en wel, maar naar mijn weten loopt er nog niemand op deze aardbol rond met zijn/haar leeftijd op het voorhoofd gedrukt. Je kan hier dus flink de mist mee ingaan, als je de verkeerde keuze maakt. Stel je voor; zijn nicht heeft mij al toegevoegd op Facebook, maar ik heb haar nog niet in levenden lijve ontmoet. We hebben wel al mini-conversaties gevoerd online en elkaars foto’s becommentarieerd. Als ik haar dan voor het eerst tegenkom op een familiefeest en ik kies voor de veilige meer-kussen-bij-een-eerste-ontmoeting-optie (regel één), kan zij zich wel eens ouder voelen dan gedacht, in de veronderstelling dat we elkaar ondertussen al beter hadden leren kennen (regel twee). Gewoon door een simpele begroeting, kan zij wel eens botox of een ooglidcorrectie overwegen. Zoiets wil ik toch niet op mijn geweten hebben!

Ik ben niet een hele grote fan van al dat gezoen en dacht op dat vlak dan ook geluk te hebben dat ik niet meer in Nederland (alias Het Land Der Zoenen) woon. Iedereen die je kent – ik herhaal: iedereen – wordt elke keer – ik herhaal: élke keer – gekust alsof er iets te vieren valt. Want drie kussen zijn daar standaard – ik herh… nee, grapje. Je kust je daar dus echt helemaal te pletter. Sommige mensen proberen het begroetingsstadium dan ook zo snel mogelijk te doorlopen, doordat ze (A) er ondertussen meer bedreven in zijn dan anderen of (B) het net als ik nogal een gedoe vinden (kruis aan wat van toepassing is). Beiden komen – ondanks een andere reden – in aanmerking voor het verbreken van de hoe-snel-kan-ik-van-de-linkerwang-naar-de-rechter-en-weer-terug-recordpoging. Als je als mede-recordverbreker niet snel genoeg meedoet, sta je dus opeens in een overvolle woonkamer met een familielid te neuzen-neuzen. Een ontmoeting met vreemden verloopt in Nederland dan weer een pak minder – euhm – vreemd. Dan mag je gewoon in je comfortzone blijven, door de ander te begroeten met een handdruk. Wel een stevige graag, niet zo’n slap geval. Dank u. Wanneer die handenschuddende actie dan overgaat op een situatie met veel smakkerds, dat is dan weer een groot vraagteken in dit begroetingsmysterie.

Ik zucht. Het ene na het andere scenario komt in mijn hoofd op en ik vraag me hardop af waarom dat groeten toch zo complex in elkaar zit. Mijn vriend antwoordt “Je moet daar niet zoveel over nadenken en het moeilijker maken dan het is. Just go with the flow.” Ik zeg “Ja, het zal wel”, maar denk stiekem in mezelf “Pfff, weet je wat jij mag kussen…?” 😉

(Geschreven voor Charlie Magazine)

Wake up & be awesome!

Wake up & be awesome!

Een tijdje geleden heb ik mezelf en mijn blog na veel wikken en wegen ingeschreven voor de Flair Online Talent Award 2016. Ik ben nogal onzeker wat mijn talenten betreft – mag ik ze zo wel noemen? – en mijn blog hoort daar ook bij. Ik krijg hele lieve reacties van lezers en sommige blogposts zijn verschenen in Charlie Magazine, maar toch blijft dat onzekere stemmetje knagen. Ik stond dan ook perplex toen ik recent een mailtje kreeg van Flair met de melding dat ik uit meer dan 300 (!) inzendingen als één van de 20 finalisten was geselecteerd! Huh?! Hadden ze zich niet van e-mailadres vergist? Opeens kwam ik in een rollercoaster terecht. Een hele leuke, eentje waarbij je maag niet geleegd wordt aan het einde van de rit. Doordat er massaal op mijn blog is gestemd, zit ik ondertussen al in de volgende ronde, samen met 9 andere finalisten. En dat betekent uiteraard ook een nieuwe uitdaging. Flair wil graag weten hoe ik mezelf klaarstoom voor een hoteldebotel-tsjakkaaa-topdag! Ben jij ook benieuwd hoe een mens met een beetje – ahum – ochtendhumeur verandert in een vrolijke stuiterbal? 😉

1ba68a52e10c9495ee863594cc1f5239.jpg

07.30u – Vrolijkheid = 10%

Mijn wekker gaat voor mijn gevoel altijd te vroeg. En dan heb ik als freelancer nog geluk dat ik niet zo vroeg moet opstaan, zoals vele anderen. De keerzijde is wél dat ik vaak, met plezier, doorwerk tot in de late uurtjes. Ik ben nu eenmaal geen ochtendmens. Hoe krijg ik mezelf dan uit bed? Omdat ik dagelijks wil werken aan het verwezenlijken van mijn droom! De niet-inspirerende naam ‘Wekker’ op mijn telefoon heb ik dan ook veranderd in een motiverende quote, die ik geregeld eens vernieuw. Van zodra ik slechts één oog, die met secondelijm lijkt dichtgeplakt, heb open gekregen, word ik gelijk aangemoedigd door de tekst “Let’s reach my goal!” Het geeft mij het nodige zetje in de rug om mijn bed uit te springen (lees: vallen). Een extra tip: hoe donkerder de dagen, hoe gemotiveerder de quote. Trust me, it works!

Good-morning-wake-up-quote-2015.jpg

07.45u – Vrolijkheid = 30%

Het eerste wat ik doe nadat mijn voeten de grond raken, is ontbijten. Mét de Flair natuurlijk, what else? Als ik niet mijn lenzen ben vergeten, dan doe ik het juiste in mijn kom; zelfgemaakte granola, fruit en lactosevrije yoghurt. Het is niet alleen super lekker, maar ook nog eens heel gezond. En nee, ik ben niet betaald door een diëtiste om dit te zeggen. Je hebt mensen die van hun ontbijt een kunstwerk maken. Die leggen hun fruit en granen netjes geordend, zoals in de kookboeken. Ik ben meer het type simsalabim-ik-kwak-het-erin. Mijn slaapogen zien geen verschil en het smaakt even goed! Ik begin ook gelijk aan mijn dagelijkse vochtinname, met een groot glas water en een lekkere kruidenthee. Want een ontbijt zonder thee, is als douchen zonder zeep.

Schermafbeelding 2016-10-04 om 20.30.32.png
Zelfgemaakte granola uit de oven & een beker kruidenthee

08.15u – Vrolijkheid = 50%

Tijdens een warme, ontspannen – en volgens mijn partner veel te lange – douche beginnen mijn radartjes al te werken. Het is de plek waar ik mijn leukste ideeën en de beste oplossingen verzin. Na een douche voel ik me altijd een compleet ander mens. Dat betekent dus ook; geef mij een koude douche – letterlijk en figuurlijk – en ik ben niet te genieten! Je bent gewaarschuwd… Daarna komt mijn favoriete gedeelte; het beauty’en. Ik hoop nog steeds dat het Van Dale woordenboek mijn zelfverzonnen woord er ooit in opneemt. Reinigen, smeren, hydrateren, maquilleren en nog meer woorden die eindigen op -en. Ik zou met mijn hoeveelheid producten ondertussen een eigen winkel kunnen beginnen. Voor elk lichaamsdeel heb ik wel een passende verzorging. Voor make-up daarentegen, geldt bij mij de regel “less is more”. Maar je huid in de watten leggen met Clinique, geeft je een flinke boost. Want als je straalt aan de buitenkant, dan voel je dat ook vanbinnen. Charlotte, bedoel je het niet andersom? Nee! Als je huidje straalt, dan straal jij ook! (Psssst, die pukkel op je kin, die moet je gewoon even negeren.)

Schermafbeelding 2016-10-04 om 20.31.28.png
CLINIQUE pep-start cleanser, moisturizer & eye cream

08.45u – Vrolijkheid 70%

Kleding maken de man. Wat maken ze van de vrouw? Juist ja, een vastberaden superwoman. Eentje die de hele wereld aankan. Nou ja, toch in ieder geval die dag. Ik doe dan ook iets aan waar ik me goed in voel. En dan bedoel ik iets meer dan een jogging of een huispak. Vergeet je outfit niet aan te vullen met je – eventueel gekke – glimlach, want “a smile is the prettiest thing you can wear!”

13729036_10154441412941177_3904115953132155035_n.jpg

09.00u – Vrolijkheid = 100%

Mijn ultieme tip om je dag te starten? Houd je doel(en) voor ogen en werk daar naar toe! Een grotere motivatie kun je niet hebben. Is dat altijd gemakkelijk? Nee, zeker niet. Maar het is het verdomme (sorry mam) wel waard! Doe iets wat je écht graag doet en maak je dromen waar. Want dromen doe je ’s nachts en ze waarmaken overdag!

IMG_5308.jpg
Motiverende muursticker boven mijn bed

Mijn partner staat nog vaak versteld hoe ik van een humeurige slaapmuts verander in een vrolijk Duracell-konijn. En als ik het kan, dan kan jij het ook! Hoe pep-start jij je ochtend? 😉

(Deze blogpost is gesponsord door CLINIQUE & Flair, dank jullie wel!)

“Wortel, zoals de groente.”

“Wortel, zoals de groente.”

Een groentesoort als achternaam, het blijft een klucht. Toch zeker in België. Tussen Janssens, Peeters en Mertens zijn we niet echt een subtiele vertoning. Nog sterker, we zijn de enige Wortels in heel België. Uniek, enig in onze soort, the one and only baby! Daar had mijn leerkracht Nederlands op de middelbare school destijds niet helemaal over nagedacht, toen hij de laten-we-een-middagje-achternamen-analyseren-opdracht had voorbereid. In vijf minuten had ik gelokaliseerd waar de mensen woonden met dezelfde achternaam als ikzelf. Tot zijn grote ergernis kon ik zelfs de straatnaam en het huisnummer geven. Maar of we nu zo blij moeten zijn met onze uniekheid, daar ben ik nog niet zo zeker van.

Een typisch Nederlandse achternaam (lees: rare naam voor velen) brengt namelijk kaakblozende verantwoordelijkheden met zich mee. Zoals het spellen ervan, bij een kassa met tien zuchtende mensen achter je. In mijn geboorteland rolt de naam probleemloos over de kassa, maar in België zorgt het vaak voor veel verwarring. Om okselvijvers te vermijden, maak ik me er tegenwoordig snel vanaf door te verwijzen naar de oranje groentesoort. Helaas denken vele caissières dat ik een grapje maak, waardoor ik de winkel verlaat met een klantenkaart voor familie Mortel. Ik moet ze wel nageven dat ze er dicht bijzitten. Je moet alleen niet te lui zijn om tijdens het lezen van de hoofdletter je hoofd 180 graden te draaien.

Over het spellen van woorden gesproken, er bestaan evengoed typisch Nederlandse gewoontes die mij zelfs nog doen verbazen. Zoals die ene keer dat ik de vrolijke, Amsterdamse Jacqueline aan de telefoon had, die onaangekondigd midden in het gesprek precies de namen van de zeven dwergen begon op te sommen. Na Joop-Aad-Cor had ik pas door dat ze haar voornaam probeerde te spellen en dat het de bedoeling was dat ik allang zat te pennen.Phoebe Friends.jpg

Tijdens zulke voorvallen merk ik pas hoe erg ik ondertussen ‘vervlaamst’ ben. En hoe confronterend het is, dat dit onbewust gebeurt. Er is namelijk een groot verschil tussen er zelf voor kiezen om je aan te passen of dat je verandert zonder er bij na te denken. In het laatste geval heb ik het gevoel dat ik mijn roots, mijn Nederlandse wortels (see what I did there?) langzaamaan kwijtraak. Iets wat ik heel erg zou vinden en mijn Belgische partner maar al te goed weet. Hij kent ondertussen mijn overtuigend, negatieve antwoord op de vaak terugkomende vraag van anderen of ik ooit nog mijn nationaliteit wil wijzigen. Mijn integratie kent namelijk zo zijn grenzen. Zelfs vroeger al, op de middelbare school, als ik enkel de keuze had tussen aanpassen of gepest worden. Zoals het gebruik van enkele Vlaamse woorden, die ik écht niet krijg uitgesproken, ook al ken ik ze wel. Denk aan pompbak of nestel (je wil niet weten wat voor gezicht ik momenteel trek terwijl ik dit typ). Woorden die voor mij een stap te ver zijn, omdat ik ze écht niet mooi vind (dat is nog een understatement).Diaspora blues quote.jpg

Na al bijna mijn hele leven in het Belgenlandje te wonen, ben ik goed ingeburgerd en ben ik prima op de hoogte van de belangrijkste do’s-and-don’ts. Ook al kan ik in beide culturen moeiteloos functioneren, toch blijf ik voor mijn omgeving altijd ‘de (buitenl)ander’. Hoe Vlaams ik ook spreek in België (met als specialiteit hetzelfde accent als mijn gesprekspartner) en hoe assertief ik mij ook gedraag in Nederland. Sowieso val ik in België altijd door de mand, op het moment dat die befaamde achternaam weer tevoorschijn komt. Maar dat maakt op zich helemaal niet uit, want ik voel me prima als Nederbelg. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en het heeft me geleerd wat ik nu weet. Af en toe denk ik er wel eens aan om nog terug naar Nederland te verhuizen. Dat is zeker nog niet voor direct, maar zeg nooit nooit. Alhoewel mijn Belgische vriend dan altijd antwoordt; “Ja, doei!”

Loesje quote.jpg

(Geschreven voor Charlie Magazine)

Ik ben nog even bezig hoer!

Ik ben nog even bezig hoer!

ENTER. Met één druk op de verkeerde knop is je berichtje verstuurd. En dán zie je het pas. Altijd te laat. Ook altijd gênant. De rare woordspelingen die de woordenboekfunctie van je telefoon heeft gemaakt. ‘Hoer’ in plaats van ‘hier’, ‘koe’ in ruil voor ‘oké’ en een bericht eindigt hij liever met ‘vriendelijke grieten’ dan ‘groeten’.

Hoe hij eraan komt, geen idee. Ik heb het hem niet geleerd, écht waar! Wat moet de ontvanger wel denken? Alsof ik deze woorden frequent gebruik en ze tot mijn dagelijkse woordenschat behoren. Bij familie of vrienden kan het nog tot hilarische situaties leiden, maar in een conversatie met klanten bezorgt het vooral flinke okselvijvers. Het bericht erna – de versie waarin je jezelf er nog uit probeert te kletsen – typ je dan ook aan wereldrecordniveau!

 

IMG_2025.JPG

 

Ik heb duidelijk een haat-liefdeverhouding met mijn autocorrect. Het is een beetje zoals een relatie met een man. Je kunt ze soms missen als kiespijn, maar stiekem wil je dat ze voor altijd blijven. Hetzelfde met mijn vriend Het Woordenboek. Ik begrijp niet hoe mensen nog berichten kunnen typen zonder hem! Als ik zie hoe vaak ik de verkeerde toetsen kies – niet gek met de steeds kleiner wordende knopjes op de huidige touchscreens – en hij toch het gewenste woord samenstelt, dan blijf ik dat ongelooflijk handig vinden. Maar tegelijkertijd is het woordenboek de vunzige versie van mezelf. Dezelfde boodschap wordt soms flink aangedikt met een pikant sausje of stevig gepeperd met vieze taal. Volgens mij vindt hij mijn berichtjes maar te gewoontjes en zit hij achter de schermen – mijn telefoonscherm in dit geval – stiekem te grinniken, telkens hij weer een schunnigere versie van mijn bericht de wereld in heeft gestuurd.

Niet alleen mijn woordenboekfunctie heeft last van een identiteitscrisis. Ook de versie op mijn laptop kan er wat van! Mails naar klanten moet ik driedubbel herlezen om er zeker van te zijn dat mijn hardnekkige autocorrect niet weer het duiveltje op zijn schouder is gevolgd.

 

13879327_1174327812628695_7783364220550935433_n.jpg

 

Ook Google heeft me op werkvlak al veel frustraties opgeleverd. Bij het kiezen van mijn bedrijfsnaam Duideleuk heb ik destijds de autocorrect van Google even over het hoofd gezien en dat heeft hij me ook duideleuk – see what I did there? – laten voelen. De eerste maanden baseerde hij zijn resultaten telkens op het woord ‘duidelijk’ en vond hij zichzelf erg slim omdat hij mijn typefout had gezien. De woorden leken tenslotte zoveel op elkaar. Ja duh-huh, dat was nu juist het hele idee erachter! Maar gelukkig is het bij Google zoals bij de opvoeding van een man – ik bedoel, hond! Ik zei hond! – zolang je het juiste maar blijft herhalen, leert hij – Google, maar mannen en honden ook, hoor – het wel!

Brengt jouw autocorrect je soms ook in gênante situaties? Ik ben benieuwd, deel ze gerust hoer! 🙈

(Geplaatst in Charlie Magazine & LINDA Magazine)

 

“Water on the rocks, alsjeblieft.”

“Water on the rocks, alsjeblieft.”

“Wat wil je graag drinken als aperitief? Witte wijn, rode wijn, rosé, champagne, gin tonic? Ik kan eventueel ook een Mojito maken!”

“Goh, een plat water is goed, hoor.”

“Oh… ben je zeker? Het is namelijk geen moeite, hè!”

“Nee dank je, ik drink geen alcohol.”

“Je drinkt geen alcohol? Helemaal niets?! Waarom niet?”

 

Dat zijn de momenten waarop ik me altijd moet bedwingen om niet te vragen “Waarom wél?” Dat komt namelijk op exact hetzelfde neer. Ook al zien mensen het niet zo, want de meerderheid drinkt het tenslotte. Dus dan moet jij als buitenstaander wel even uitleggen waarom je niet meedoet. Gewoon zeggen dat je het niet wil, is namelijk onvoldoende. Als je geluk hebt, dan verandert je gezelschap in een team van journalisten die haarfijn willen weten hoe de situatie juist in elkaar zit. Naast het feit dat de ziekte die ik heb en de medicatie die ik neem een reden kunnen zijn, heb ik er gewoon geen nood aan. Mijn lichaam heeft zelfs nog nooit een druppel alcohol gezien, behalve in de verdampte vorm. Ik weet niet eens wat ik mis, dus dat maakt de keuze om het niet te drinken des te eenvoudiger. Alleen deze typische conversatie die ik al duizendmaal gevoerd heb, behoort nog steeds niet tot mijn favorieten.

 

IMG_2745.JPG

 

Toen ik jonger was (lees: gevoeliger voor kritiek en groepsdruk) vond ik dit soort momenten altijd een ramp. Want plat water was niet ‘cool’. Had ik nu gekozen voor een Cola of een Fanta, dan was het nog een andere zaak. Maar ook dat drink ik niet, want na een paar slokken ontmoet ik de bruis terug in mijn neus (ja, dat geldt ook voor bruiswater). Ik kon mijn saaie drankje wel in een wijnglas schenken en doen alsof, maar als je niet stonk naar bier en niet diezelfde avond nog je hele maag eruit gooide langs de kant van de weg, dan hoorde je er niet bij. Want dát was pas cool! Sowieso kwam ik altijd duurder uit dan mijn leeftijdsgenoten op het moment dat iemand het lumineuze idee had om een geldpot te starten. Dat was op een feestje of evenement véél handiger dan telkens een rondje te trakteren. Mijn water kostte me dan niet alleen drie keer zoveel, vaak kreeg ik niet eens iets als er drinken werd gehaald. Want in een meter bier komt namelijk geen water voor. Iedereen dronk hetzelfde en rekening houden met een afwijkende keuze was een beetje teveel gevraagd. Dus dan ging Charlotje zelf haar drinken weer halen en betaalde het aan de bar voor de tweede keer met haar eigen geld. Die Spa Blauw veranderde ondertussen meer in een Spa Goud. Begrijp me niet verkeerd, het is mijn eigen keuze om geen alcohol te drinken, zoals het iemand anders zijn keuze is om dat wél te doen. Als ik daardoor bij een rondje duurder uitkom dan de anderen, dan is dat een logische consequentie waar je mij niet over zal horen zeuren. Maar met zo’n geldpot sponsor ik precies indirect de AA-club.

 

bidon-2_2.jpg
http://www.modemusthaves.com

 

Nu ik volwassen ben – of toch in ieder geval een leeftijd heb bereikt waarop dat van mij verwacht wordt – is de geldpot niet meer zozeer het probleem, maar wel de aanwezigheid van iets drinkbaars. Je zou denken dat als je eenmaal de puberjaren en het studentenleven gepasseerd bent, dat het makkelijker zou worden. Maar op verschillende netwerkavonden stoot ik telkens op hetzelfde obstakel; wat ga ik drinken? Als ik tussen alle bier- en wijnflessen geen alcoholvrije drank kan bespeuren en vraag of er water aanwezig is, dan kijken ze me soms aan alsof ze het nog via een emmertje uit een waterput moeten gaan hijsen. Op recepties worden de drankjes zelfs naar je toegebracht op impressionante dienbladen, maar ook daar ben ik altijd Miss Moeilijk. Ze beloven dan altijd om het apart te brengen, maar vaak sta je na een uur wachten nog kurkdroog en ga je maar zelf op zoek naar de keuken. Bij feestelijke gelegenheden waarbij er gedronken moet worden omdat er iets te vieren valt, ben je sowieso ‘de pretbederver’. Met water doe je namelijk niet écht mee en kun je al helemaal niet zoveel plezier beleven als anderen, zegt men. Het kan niet zo zijn dat je dan uit jezelf begint te lachen, te dansen of ook maar iets kunt ontspannen en genieten. Het feit dat je niet mee het glas alcohol heft, blijkt op dat moment véél belangrijker dan het plezier van jouw fysieke aanwezigheid. Om maar al te zwijgen over het toasten op Oudejaarsavond.

 

large.jpg

 

Toen ik mijn partner ontmoette, dronk hij om zijn eigen redenen geen alcohol meer. Voor mij is het stiekem heel fijn om op gezamenlijke feestjes niet meer het enige buitenbeentje te zijn. Samen vormen wij de waterbrigade die voor elkaars drankjes zorgen – hij, als een ware gentleman, iets meer dan ik. Maar mocht hij van de één op de andere dag op zijn beslissing willen terugkomen, dan is dat voor mij evengoed. Zolang wij elkaars keuze maar begrijpen en respecteren, vind ik het allemaal prima!

NL9204_12.jpg

 

 

Het wordt vandaag en morgen nog flink warm, dus ik zou zo zeggen; drink genoeg! En dan moet je zelf maar beslissen wat dat gaat zijn. 😉

 

Dresscode voor de kassa-race: sportschoenen.

Dresscode voor de kassa-race: sportschoenen.

Lieve lezers, het is alweer even geleden dat ik mijn eigenwijze commentaar met jullie heb gedeeld. Jullie waren me toch nog niet vergeten, hè? Toch? TOCH? 😉 Mijn gezondheid speelde me even flink parten en bracht zelfs onze vakantie bijna tot een annulering. Maar uiteindelijk zijn we vertrokken! Ik zet daar expres niet het woordje ‘gelukkig’ tussen, want jammer genoeg was onze vakantie geen topper. Oké, dat is nogal een understatement. Het was gewoon slecht, op het gezelschap na. Een locatie die duidelijk een hele goede fotograaf had ingehuurd voor de reisbrochure en een dorpje dat niet een grote fan is van toeristen. Balen? Zeker weten! Maar dat is een verhaal apart en eventjes (nog) niet voor nu. Ondertussen ben ik van het regenachtige Frankrijk terug in het nog regenachtigere België beland.

you-cant-have-a-rainbow-without-a-little-rain.jpg

We verbleven dus in het land van de lekkere kazen (beetje onhandig met een lactose-intolerantie), de heerlijke lavendel en de grote supermarkten. Hele grote supermarkten. Thuis verkies ik de kleintjes boven de grote giganten, maar op vakantie is die keuze helaas niet altijd mogelijk, als je voor efficiëntie wil gaan. Grote supermarkten in Frankrijk betekent niet alleen een overdosis aan productkeuze, maar ook nog eens ontelbare kassa’s. Misschien zijn daar wel de nummers boven de kassa’s destijds ontstaan! Maar zelfs thuis, in de kleinere winkels, blijft het einde van je supermarktrit toch een ervaring apart. Ook hier kan de kassa-race een ware ‘survival of the fittest’ zijn!

retail-shopping_trolley-shopper-shop-shopped-grocery_stores-jmp071215_low.jpg

Iene-miene-mutte

Het begint al met het uitkiezen van de juiste kassa. Mensen met keuzestress raken daar mogelijk in paniek. Denk je de juiste te hebben gevonden, dan besluit de caissière dat het nét tijd is voor haar lunchpauze. Of je staat in een rij en vlak voor de point-of-no-return wordt er een nieuwe kassa geopend. Ga je nog overstappen? Zo ja, waar moet je naartoe? Want soms wordt de mededeling afgeroepen zonder de bevrijdende kassa erbij te vermelden. (Aha, daarom zijn die nummers zo handig!) Wanneer je als een idioot de verkeerde kant op rent, dan moet je weer helemaal achteraan aanschuiven en ben je nog verder van huis (kassa, in dit geval). Het blijft iets raars, die kassacompetitie. Als ik trager ben in de race dan degene achter me, dan verlies ik namelijk mijn volgorde in de rij. Hoe zit het dan met de regel “first come, first serve”? Als we dat gewoon zouden toepassen, dan zouden we ons niet als debielen hoeven te gedragen. De conclusie blijft; welke kassa je ook kiest, volgens dit filmpje is het altijd de verkeerde! 😉

Ladies first. Of mensen met twee stuks.

Als je een goede daad wil doen door iemand voor te laten die slechts twee stuks bij zich heeft terwijl jij een piramide op de band hebt gecreëerd, dan brengt dat soms lastige dilemma’s met zich mee. Zo heb ik eens gehad dat ik degene achter mij voorliet en dat direct daarna weer iemand kwam met maar een enkel product in zijn handen. Moet je die dan ook voor je laten gaan? Kom ik dan niet hartstikke onvriendelijk over als ik dat niet doe? Alhoewel de keuze voor je wordt vergemakkelijkt als de eerste zonder een ‘dank je wel’ op je aanbod is ingegaan.

fb9eccf2ccbdc56d001a914abde57956.jpg  

A smile a day, keeps the doctor away!

Heeft de caissière een hekel aan haar job, dan zal je dat snel weten. Je vriendelijke ‘goedemiddag’ kun je dan beter voor iemand anders bewaren, want die zal hoogstwaarschijnlijk met een kille stilte worden beantwoord. Ik heb al geprobeerd een antwoord af te dwingen door mijn kar pas uit te laden nadat ik een reactie kreeg. Maar dat bleek geen aanrader, dus de opvoeding van caissières heb ik sindsdien achter me gelaten. Je hebt ook de categorie ‘Ik kan wel vriendelijk zijn, maar niet tegen jou’. Dat zijn degene die hele gesprekken voeren met hun collega achter hen, maar jou amper een blik of woord gunnen. Je bent daarmee ook ongewenst getuige van hun persoonlijke drama’s en nietszeggende weetjes. Het wordt voor de klant een spel waarbij je te weten moet komen of een bepaalde tekst wél of niet voor jou bedoeld is. Eens oefenen? “Mijn beste vriendin kwam thuis en merkte dat haar voordeur openstond – heeft u een Delhaize kaart? – en toen heeft ze direct de politie gebeld – dat is dan 35 euro en 40 cent – maar je wil toch gelijk weten of er iets gestolen is”. Succes! 😉

BoUj_zSCEAAMYxS.jpg

Verbreek je persoonlijke inpakrecord!

Nog even terugkomen op het moment voor de betaling, dan heb ik het over het echte gooi-en-smijtwerk. Je belandt tenslotte middenin een recordpoging “Hoe snel kan de caissière jouw producten over de band gooien?” Het is een wedstrijd waarbij de caissière probeert zo snel mogelijk alles te scannen om het dan achteloos naast zich neer te werpen. Terwijl je als een gek je spullen probeert in te pakken, moet het moeilijkste gedeelte nog komen; de prijs wordt in het wilde weg geroepen, terwijl jij nog minstens tien stuks in je tas moet zien te proppen. De bedoeling is dan eigenlijk dat je eerst betaalt, zodat ze de scheidingswand opzij kunnen duwen, daarmee je koekjes en beschuiten platdrukken, om al met de volgende klant te kunnen beginnen. Waar die persoon in kwestie met zijn kar naartoe moet om bij zijn spullen te geraken, dat staat niet in het wedstrijdreglement van dit spel vermeld. Dat is dus gewoon op eigen risico uit te zoeken. Tegenwoordig negeer ik die betaalvraag zolang ik nog niet klaar ben met inpakken, ook al plas ik daarmee bijna in m’n broek van mijn ‘living on the edge’-attitude. Nog zo’n irritant dingetje; als ze je al gedag gaan zeggen terwijl je er nog staat. Wat moet je dan zeggen als je uiteindelijk écht wegloopt?

11-funny-supermarket-truth-cartoon.png

Goedendag en tot nooit meer.

Ondertussen weet ik welke caissières vriendelijk zijn en welke – hoe zal ik het zeggen – iets minder vriendelijk. Jammer genoeg blijven er maar weinig goede opties over, zeker in een supermarkt die niet 25 kassa’s telt. Maar ik blijf liever een lange tijd in de rij staan, zodat ik behandeld word met een glimlach, dan dat ik met een slecht humeur als eerste de supermarkt verlaat! De onvriendelijke caissière die net haar laatste klant afwerkt en mij bij een veel langere rij ziet aansluiten, begrijpt er nog steeds niets van. 😉

 

P.S. In deze blogpost heb ik het alleen maar over de vrouwelijke en onvriendelijke caissières. Zijn er dan geen mannelijke? Echt wel. En zijn alle caissières onvriendelijk? Gelukkig niet! Maar met ‘Eigenschrijfs’ vertel ik over de alledaagse dingen die ikzelf meemaak. Zaken die we elke dag doen en als normaal ervaren, maar die eigenlijk toch een beetje raar zijn als je er wat beter naar kijkt!